Blog | Hou vol
Blog | Hou vol
Blog | Hou vol



HOU VOL
Ze mag wonen bij een vaste bezoeker in de kroeg waar ze achter de bar staat. Ze zegt het met een lichte glimlach. Iets in haar lach vertrouw ik niet. Ik ben ooit aangenomen op een stageplek omdat ik achter de bar stond: barpersoneel weet altijd feilloos wanneer de sfeer omslaat en handelen daarnaar, dat was een pre voor mijn stageplek. Een vaste klant die een slaapplek aanbiedt klinkt nobel, maar is een rode vlag. Dat weet je. Zij is net zo. Ik zie het aan haar. Zij weet dat ze voor dit gebaar uiteindelijk zelf de prijs betaald. Zij weet dat de sfeer zo maar om kan slaan. Zij kent het begrip wisselgeld maar al te goed. Zij weet dat er een moment komt dat ie haar aan haar haren naar buiten sleurt en midden in de nacht op straat zet omdat ze hem seks weigert. Maar ze kan geen kant op. Daarom doet ze toch 1 poging bij de gemeente waar ze ingeschreven staat.
“Wat ongelofelijk fijn, zo’n vriend waar je kan slapen!”
Je ziet aan haar gezichtsuitdrukking dat ze besluit haar angsten te verzwijgen. Zij streetwise, de andere dame geleerd voor wat ze doet en wijs. Door de kloof die ontstaat vinden beiden elkaar niet meer.
Ze heeft op dit moment geen recht op opvang hoort ze. Ze heeft namelijk een plek om te slapen en heeft daarom geen recht op het gebruik van voorzieningen. Daar heeft ze pas recht op als ze langdurig in een instelling of opvangplek verblijft. En die instellingen, daar wil ze nou juist nooit meer zijn. Te veel in meegemaakt. Dus kiest ze voor deze oplossing, een oplossing vol potentieel gevaar. Zeer bewust. En de wereld kijkt toe. Opgelucht, weer iemand die zelfredzaam is.
Ze verzekert me dat het wel goed komt. Ik wil het zo graag geloven dat ik met haar mee lach en grapjes maak. Ze vraagt of ik de volgende dag wat kom drinken in de kroeg waar ze werkt. Dat is niet iets wat ik normaalgesproken zou doen, dat doe je niet als professional. Ik ga toch. De vaste bezoeker is er ook, blij en trots dat hij wat voor haar kan betekenen. Hij vertelt me dat hij een goeie gast is. Ik zeg een beetje wrang glimlachend dat ik daarvan uitga. Tegelijkertijd vang ik haar blik. Wij denken hetzelfde. Maar zij net 18 kan geen kant op. Als ik wegga geef ik haar een knuffel en fluister in haar oor dat ze echt moet langskomen als er iets is. Zij zegt lachend en stoer dat ze blij is dat ze eindelijk van me af is. Ik weet dat (hoe aardig ze mij ook vindt) langskomen bij mij op kantoor het laatste is wat ze zal doen. Jongeren die jarenlang gedwongen hulpverlening hebben gehad hebben een ongelofelijke honger naar zelf doen.
Twee maanden later zit ze in de wachtruimte. Verslagen. Ze heeft heel dringend hulp nodig. En een plek om te slapen. Voorzichtig vraag ik naar de vaste bezoeker. Tien dagen was het goed gegaan, daarna werd het “heel erg vervelend”. Ze kijkt op terwijl ze dat zegt en ik kijk haar zwijgend aan, ik voel dat ik bijna moet huilen. Ze glimlacht lichtjes als ze mijn droevige blik ziet, “Relax, als er iemand weet hoe hard ik van me af sla ben jij het toch?” Ik kan er niet om lachen, ze zal niet altijd zoveel geluk hebben. Ze dwaalt rond in de stad en het is koud. Ze slaapt bij bekenden en soms is ze hele nachten op straat. Verbaasd vertelt ze me dat het niemand lijkt op te vallen dat ze nergens bij hoort.
Ze blijft de hele dag op kantoor theedrinken zodat ik rond kan bellen. Ze kan terecht bij de maatschappelijke opvang. Ze heeft geluk want normaalgesproken is er niet zo direct plek. Als ze er 6 maanden blijft heeft ze recht op voorzieningen zoals urgentie voor een woning en een jongerenbijstand. Die niet hoog genoeg is om de huur van te betalen dus ze zal fulltime moeten werken. Studeren wordt een luxe en kan niet. Terwijl ze de jaren ervoor zo ongelofelijk hard heeft gewerkt om een diploma te halen, ondanks alle shit en het gedoe in haar leven. Ik breng haar naar de opvang. Als ik de deur voor haar open hou aarzelt ze. Ook hier is gevaar, dat weten we allebei. Ze stapt over de drempel. “Hou vol” zeg ik bij het afscheid. Ik kijk haar aan en pak haar gezicht even beet. “Hou alsjeblieft vol”.
In de auto terug neem ik me voor dat het nooit meer nodig mag zijn dat er hulpverleners zijn die Hou vol zeggen tegen de volwassen geworden jongeren die ze begeleiden. Dat het nooit meer nodig mag zijn om vol te moeten houden voordat je kan beginnen met leven. Dat het nooit meer nodig mag zijn om afhankelijk te zijn van gunsten van mensen die uiteindelijk niet goed voor je zijn.
Dus. Professionals, bestuurders, beleidsmakers, ambtenaren, bezorgde burgers…HOU VOL. Hou net zolang vol totdat je nooit meer hou vol hoeft te zeggen tegen diegene wiens rugzak al vol genoeg zit. Hou vol in het vinden van oplossingen en in het bieden van hoop en kansen. Hou vol, door samen te werken, door over domeinen heen te kijken hoe dit probleem aan te pakken en hou vol in het vinden van creatieve oplossingen. Hou vol totdat je bijna niet meer kan en moe bent. Hopeloos bent en hou dan vol door te bedenken voor wie je dit doet:
Jongvolwassen mensen die als jij niet volhoudt, met hun rug naar de toekomst staan en dat niet eindeloos kunnen volhouden.
HOU VOL
Ze mag wonen bij een vaste bezoeker in de kroeg waar ze achter de bar staat. Ze zegt het met een lichte glimlach. Iets in haar lach vertrouw ik niet. Ik ben ooit aangenomen op een stageplek omdat ik achter de bar stond: barpersoneel weet altijd feilloos wanneer de sfeer omslaat en handelen daarnaar, dat was een pre voor mijn stageplek. Een vaste klant die een slaapplek aanbiedt klinkt nobel, maar is een rode vlag. Dat weet je. Zij is net zo. Ik zie het aan haar. Zij weet dat ze voor dit gebaar uiteindelijk zelf de prijs betaald. Zij weet dat de sfeer zo maar om kan slaan. Zij kent het begrip wisselgeld maar al te goed. Zij weet dat er een moment komt dat ie haar aan haar haren naar buiten sleurt en midden in de nacht op straat zet omdat ze hem seks weigert. Maar ze kan geen kant op. Daarom doet ze toch 1 poging bij de gemeente waar ze ingeschreven staat.
“Wat ongelofelijk fijn, zo’n vriend waar je kan slapen!”
Je ziet aan haar gezichtsuitdrukking dat ze besluit haar angsten te verzwijgen. Zij streetwise, de andere dame geleerd voor wat ze doet en wijs. Door de kloof die ontstaat vinden beiden elkaar niet meer.
Ze heeft op dit moment geen recht op opvang hoort ze. Ze heeft namelijk een plek om te slapen en heeft daarom geen recht op het gebruik van voorzieningen. Daar heeft ze pas recht op als ze langdurig in een instelling of opvangplek verblijft. En die instellingen, daar wil ze nou juist nooit meer zijn. Te veel in meegemaakt. Dus kiest ze voor deze oplossing, een oplossing vol potentieel gevaar. Zeer bewust. En de wereld kijkt toe. Opgelucht, weer iemand die zelfredzaam is.
Ze verzekert me dat het wel goed komt. Ik wil het zo graag geloven dat ik met haar mee lach en grapjes maak. Ze vraagt of ik de volgende dag wat kom drinken in de kroeg waar ze werkt. Dat is niet iets wat ik normaalgesproken zou doen, dat doe je niet als professional. Ik ga toch. De vaste bezoeker is er ook, blij en trots dat hij wat voor haar kan betekenen. Hij vertelt me dat hij een goeie gast is. Ik zeg een beetje wrang glimlachend dat ik daarvan uitga. Tegelijkertijd vang ik haar blik. Wij denken hetzelfde. Maar zij net 18 kan geen kant op. Als ik wegga geef ik haar een knuffel en fluister in haar oor dat ze echt moet langskomen als er iets is. Zij zegt lachend en stoer dat ze blij is dat ze eindelijk van me af is. Ik weet dat (hoe aardig ze mij ook vindt) langskomen bij mij op kantoor het laatste is wat ze zal doen. Jongeren die jarenlang gedwongen hulpverlening hebben gehad hebben een ongelofelijke honger naar zelf doen.
Twee maanden later zit ze in de wachtruimte. Verslagen. Ze heeft heel dringend hulp nodig. En een plek om te slapen. Voorzichtig vraag ik naar de vaste bezoeker. Tien dagen was het goed gegaan, daarna werd het “heel erg vervelend”. Ze kijkt op terwijl ze dat zegt en ik kijk haar zwijgend aan, ik voel dat ik bijna moet huilen. Ze glimlacht lichtjes als ze mijn droevige blik ziet, “Relax, als er iemand weet hoe hard ik van me af sla ben jij het toch?” Ik kan er niet om lachen, ze zal niet altijd zoveel geluk hebben. Ze dwaalt rond in de stad en het is koud. Ze slaapt bij bekenden en soms is ze hele nachten op straat. Verbaasd vertelt ze me dat het niemand lijkt op te vallen dat ze nergens bij hoort.
Ze blijft de hele dag op kantoor theedrinken zodat ik rond kan bellen. Ze kan terecht bij de maatschappelijke opvang. Ze heeft geluk want normaalgesproken is er niet zo direct plek. Als ze er 6 maanden blijft heeft ze recht op voorzieningen zoals urgentie voor een woning en een jongerenbijstand. Die niet hoog genoeg is om de huur van te betalen dus ze zal fulltime moeten werken. Studeren wordt een luxe en kan niet. Terwijl ze de jaren ervoor zo ongelofelijk hard heeft gewerkt om een diploma te halen, ondanks alle shit en het gedoe in haar leven. Ik breng haar naar de opvang. Als ik de deur voor haar open hou aarzelt ze. Ook hier is gevaar, dat weten we allebei. Ze stapt over de drempel. “Hou vol” zeg ik bij het afscheid. Ik kijk haar aan en pak haar gezicht even beet. “Hou alsjeblieft vol”.
In de auto terug neem ik me voor dat het nooit meer nodig mag zijn dat er hulpverleners zijn die Hou vol zeggen tegen de volwassen geworden jongeren die ze begeleiden. Dat het nooit meer nodig mag zijn om vol te moeten houden voordat je kan beginnen met leven. Dat het nooit meer nodig mag zijn om afhankelijk te zijn van gunsten van mensen die uiteindelijk niet goed voor je zijn.
Dus. Professionals, bestuurders, beleidsmakers, ambtenaren, bezorgde burgers…HOU VOL. Hou net zolang vol totdat je nooit meer hou vol hoeft te zeggen tegen diegene wiens rugzak al vol genoeg zit. Hou vol in het vinden van oplossingen en in het bieden van hoop en kansen. Hou vol, door samen te werken, door over domeinen heen te kijken hoe dit probleem aan te pakken en hou vol in het vinden van creatieve oplossingen. Hou vol totdat je bijna niet meer kan en moe bent. Hopeloos bent en hou dan vol door te bedenken voor wie je dit doet:
Jongvolwassen mensen die als jij niet volhoudt, met hun rug naar de toekomst staan en dat niet eindeloos kunnen volhouden.
HOU VOL
Ze mag wonen bij een vaste bezoeker in de kroeg waar ze achter de bar staat. Ze zegt het met een lichte glimlach. Iets in haar lach vertrouw ik niet. Ik ben ooit aangenomen op een stageplek omdat ik achter de bar stond: barpersoneel weet altijd feilloos wanneer de sfeer omslaat en handelen daarnaar, dat was een pre voor mijn stageplek. Een vaste klant die een slaapplek aanbiedt klinkt nobel, maar is een rode vlag. Dat weet je. Zij is net zo. Ik zie het aan haar. Zij weet dat ze voor dit gebaar uiteindelijk zelf de prijs betaald. Zij weet dat de sfeer zo maar om kan slaan. Zij kent het begrip wisselgeld maar al te goed. Zij weet dat er een moment komt dat ie haar aan haar haren naar buiten sleurt en midden in de nacht op straat zet omdat ze hem seks weigert. Maar ze kan geen kant op. Daarom doet ze toch 1 poging bij de gemeente waar ze ingeschreven staat.
“Wat ongelofelijk fijn, zo’n vriend waar je kan slapen!”
Je ziet aan haar gezichtsuitdrukking dat ze besluit haar angsten te verzwijgen. Zij streetwise, de andere dame geleerd voor wat ze doet en wijs. Door de kloof die ontstaat vinden beiden elkaar niet meer.
Ze heeft op dit moment geen recht op opvang hoort ze. Ze heeft namelijk een plek om te slapen en heeft daarom geen recht op het gebruik van voorzieningen. Daar heeft ze pas recht op als ze langdurig in een instelling of opvangplek verblijft. En die instellingen, daar wil ze nou juist nooit meer zijn. Te veel in meegemaakt. Dus kiest ze voor deze oplossing, een oplossing vol potentieel gevaar. Zeer bewust. En de wereld kijkt toe. Opgelucht, weer iemand die zelfredzaam is.
Ze verzekert me dat het wel goed komt. Ik wil het zo graag geloven dat ik met haar mee lach en grapjes maak. Ze vraagt of ik de volgende dag wat kom drinken in de kroeg waar ze werkt. Dat is niet iets wat ik normaalgesproken zou doen, dat doe je niet als professional. Ik ga toch. De vaste bezoeker is er ook, blij en trots dat hij wat voor haar kan betekenen. Hij vertelt me dat hij een goeie gast is. Ik zeg een beetje wrang glimlachend dat ik daarvan uitga. Tegelijkertijd vang ik haar blik. Wij denken hetzelfde. Maar zij net 18 kan geen kant op. Als ik wegga geef ik haar een knuffel en fluister in haar oor dat ze echt moet langskomen als er iets is. Zij zegt lachend en stoer dat ze blij is dat ze eindelijk van me af is. Ik weet dat (hoe aardig ze mij ook vindt) langskomen bij mij op kantoor het laatste is wat ze zal doen. Jongeren die jarenlang gedwongen hulpverlening hebben gehad hebben een ongelofelijke honger naar zelf doen.
Twee maanden later zit ze in de wachtruimte. Verslagen. Ze heeft heel dringend hulp nodig. En een plek om te slapen. Voorzichtig vraag ik naar de vaste bezoeker. Tien dagen was het goed gegaan, daarna werd het “heel erg vervelend”. Ze kijkt op terwijl ze dat zegt en ik kijk haar zwijgend aan, ik voel dat ik bijna moet huilen. Ze glimlacht lichtjes als ze mijn droevige blik ziet, “Relax, als er iemand weet hoe hard ik van me af sla ben jij het toch?” Ik kan er niet om lachen, ze zal niet altijd zoveel geluk hebben. Ze dwaalt rond in de stad en het is koud. Ze slaapt bij bekenden en soms is ze hele nachten op straat. Verbaasd vertelt ze me dat het niemand lijkt op te vallen dat ze nergens bij hoort.
Ze blijft de hele dag op kantoor theedrinken zodat ik rond kan bellen. Ze kan terecht bij de maatschappelijke opvang. Ze heeft geluk want normaalgesproken is er niet zo direct plek. Als ze er 6 maanden blijft heeft ze recht op voorzieningen zoals urgentie voor een woning en een jongerenbijstand. Die niet hoog genoeg is om de huur van te betalen dus ze zal fulltime moeten werken. Studeren wordt een luxe en kan niet. Terwijl ze de jaren ervoor zo ongelofelijk hard heeft gewerkt om een diploma te halen, ondanks alle shit en het gedoe in haar leven. Ik breng haar naar de opvang. Als ik de deur voor haar open hou aarzelt ze. Ook hier is gevaar, dat weten we allebei. Ze stapt over de drempel. “Hou vol” zeg ik bij het afscheid. Ik kijk haar aan en pak haar gezicht even beet. “Hou alsjeblieft vol”.
In de auto terug neem ik me voor dat het nooit meer nodig mag zijn dat er hulpverleners zijn die Hou vol zeggen tegen de volwassen geworden jongeren die ze begeleiden. Dat het nooit meer nodig mag zijn om vol te moeten houden voordat je kan beginnen met leven. Dat het nooit meer nodig mag zijn om afhankelijk te zijn van gunsten van mensen die uiteindelijk niet goed voor je zijn.
Dus. Professionals, bestuurders, beleidsmakers, ambtenaren, bezorgde burgers…HOU VOL. Hou net zolang vol totdat je nooit meer hou vol hoeft te zeggen tegen diegene wiens rugzak al vol genoeg zit. Hou vol in het vinden van oplossingen en in het bieden van hoop en kansen. Hou vol, door samen te werken, door over domeinen heen te kijken hoe dit probleem aan te pakken en hou vol in het vinden van creatieve oplossingen. Hou vol totdat je bijna niet meer kan en moe bent. Hopeloos bent en hou dan vol door te bedenken voor wie je dit doet:
Jongvolwassen mensen die als jij niet volhoudt, met hun rug naar de toekomst staan en dat niet eindeloos kunnen volhouden.


